Studenten

logo_laag2_blauw
 

Hoe is uw pensioen geregeld?

In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u met pensioen gaat of van baan verandert. De Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht, op www.mijnpensioenoverzicht.nl en op de pensioenvergelijker op deze website.  

Wat vindt u in laag 1,2 en 3?

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. Dit is laag 2.
Laag 1 biedt een kort overzicht van de belangrijkste informatie over de pensioenregeling;

Laag 2 biedt meer informatie en gaat dieper in op de onderwerpen van laag 1;

Laag 3 bevat alle juridische en beleidsmatige documenten, zoals het pensioenreglement en de statuten.

De papieren versie van laag 1,2 en/of 3 kunt u opvragen bij het pensioenbureau, Dion Pensioen Services, via de contactgegevens. De Pensioen 1-2-3 maakt gebruik van de meest recente kerncijfers.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

ouderdomspensioen

Ouderdomspensioen

Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van pensioenfonds Owase en bouwt u ouderdomspensioen op over uw brutoloon tot € 105.075. Dat ouderdomspensioen ontvangt u als u 67 jaar wordt. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van pensioenfonds Owase is vooral afhankelijk van de hoogte van uw brutoloon, de inhoud van de pensioenregeling en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf de door u gekozen pensioenleeftijd maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO), op de persoonlijke pensioenplanner op deze website en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

De pensioenregeling waaraan u deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. Wij moeten namelijk rekening houden met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet franchise. Deze franchise bedraagt € 15.600. Het brutoloon minus de franchise heet pensioengrondslag. Over de pensioengrondslag bouwt u jaarlijks in principe 1,700% aan ouderdomspensioen op.

Voorbeeld: u verdient € 25.600 per jaar. De franchise is € 15.600. De pensioengrondslag bedraagt dan € 10.000. U bouwt in dat jaar maximaal 1,700% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag. Dat is maximaal € 170,00 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.


partner_en_wezenpensioen_opbouw

Partner- en wezenpensioen

Naast ouderdomspensioen bouwt u ook een partnerpensioen en wezenpensioen op. Als u komt te overlijden, heeft uw partner recht op een partnerpensioen en uw kinderen krijgen een wezenpensioen.            

Partnerpensioen
Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij pensioenfonds Owase zou opbouwen. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner ook 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Het partnerpensioen wordt uitbetaald als u overlijdt en zolang uw partner in leven is.

Wezenpensioen
De hoogte van het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij pensioenfonds Owase zou opbouwen. Elk kind krijgt dit tot hij of zij 18 jaar is. Zolang het kind op school zit of studeert, krijgt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is.

De hoogte van het partner- en wezenpensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO), op de persoonlijke pensioenplannerop deze websiteen op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Tijdelijk nabestaandenpensioen
Als uw partner op of na 1 januari 1950 geboren is heeft uw partner bij uw overlijden, aanvullend op het partnerpensioen, recht op een tijdelijk nabestaandenpensioen van € 7.000 bruto per jaar. Het tijdelijk nabestaandenpensioen wordt uitbetaald als u overlijdt en stopt als uw partner overlijdt of de AOW-leeftijd bereikt.

Het tijdelijk nabestaandenpensioen is verzekerd zolang u in dienst bent bij uw werkgever en daardoor deelneemt aan pensioenfonds Owase. Er is dus geen tijdelijk nabestaandenpensioen als u overlijdt op een moment dat u niet meer in dienst bent bij een werkgever die deelneemt aan de Owase-CAO en daardoor geen actieve deelnemer meer bent bij pensioenfonds Owase.

De ANW-regeling van de overheid
Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of één of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Daarnaast worden bepaalde inkomsten van uw partner gekort op de uitkering. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

arbeidsongeschiktheidspensioen

Premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid

Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op gehele of gedeeltelijke voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid.
             
arbeidsongeschiktheidspensioen

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als u (gedeeltelijk) ziekt wordt, ontvangt u eerst twee jaar lang een inkomen van uw werkgever. Dat is de zogenoemde loondoorbetaling door uw werkgever. Bent u na twee jaar ziekte volgens het UWV voor 35% of meer arbeidsongeschikt? Dan komt u in de WIA. Dit is de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Via deze wet krijgt u van de overheid een arbeidsongeschiktheidsuitkering als u in Nederland werkt. De WIA bestaat uit twee regelingen:

•U bent voor minimaal 35%, maar voor minder dan 80% duurzaam arbeidsongeschikt. U krijgt dan een WGA-uitkering;

• U bent voor minimaal 80% duurzaam arbeidsongeschikt. U krijgt dan een IVA-uitkering.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen van pensioenfonds Owase is een aanvulling op uw WIA-uitkering en bestaat uit twee regelingen.

Arbeidsongeschiktheidspensioen voor het brutoloon tot de WIA-uitkeringsgrens van
€ 54.614 brutoloon per jaar. Als u volledig arbeidsongeschikt bent (zowel duurzaam als niet duurzaam) vult het arbeidsongeschiktheidspensioen uw WIA-uitkering van de overheid aan tot 76,5% van uw brutoloon. Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent ontvangt u geen arbeidsongeschiktheidspensioen.

Arbeidsongeschiktheidspensioen voor het brutoloon boven de WIA-uitkeringsgrens van
€ 54.614 brutoloon per jaar. Het arbeidsongeschiktheidspensioen vult uw WIA-uitkering van de overheid aan tot maximaal 70% van uw brutoloon boven € 54.614 per jaar. De hoogte van de aanvulling hangt af van uw arbeidsongeschiktheidspercentage. De aanvulling geldt als u geheel arbeidsongeschikt bent (zowel duurzaam als niet duurzaam), maar ook als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent.

reglement

Pensioenreglement

Het pensioenreglement geeft precies aan wat onze pensioenregeling u biedt. Deze kunt u hier vinden. Ook kunt u de papieren versie opvragen bij het pensioenbureau, Dion Pensioen Services.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

geen_ouderdomspensioen Geen aparte pensioenregeling voor uw brutoloon boven € 105.075
U bouwt pensioen op over uw brutoloon tot € 105.075 per jaar. Over uw brutoloon boven € 105.075 (per jaar) bouwt u bij ons geen pensioen op. Werkt u in deeltijd dan is het bedrag afhankelijk van uw deeltijdpercentage.

Hoe bouwt u pensioen op?

drie_pijlers

In Nederland bestaat een pensioen uit drie pijlers:

A: de AOW (Algemene Ouderdomswet): dit pensioen krijgt u van de overheid
B: het pensioen dat u via uw werk opbouwt
C: de pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt

A. De AOW (Algemene Ouderdomswet) van de overheid
De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. U bouwt alleen AOW op als u in Nederland woont en/of werkt. Als u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt heeft, kan uw AOW lager uitvallen.

Op welke leeftijd u AOW krijgt is niet meer voor iedereen gelijk. Dit hangt af van uw geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt namelijk de komende jaren. Ook de hoogte is niet voor iedereen gelijk. De AOW-bedragen worden ieder jaar aangepast. Informatie over de AOW-bedragen en uw AOW-leeftijd vindt u op www.svb.nl.

B. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt
U bent werkzaam bij een werkgever die is aangesloten bij de Owase-CAO, daarom bouwt u pensioen op bij pensioenfonds Owase. Hoeveel pensioen u opbouwt via onze pensioenregeling, ziet u op uw Uniform Pensioen Overzicht (UPO). Dit krijgt u ieder jaar van ons. Wilt u een overzicht van de pensioenen die u bij andere werkgevers heeft opgebouwd? Kijk dan op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt
U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u bij ons opbouwt. Er zijn verschillende manieren om uw pensioen aan te vullen. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering -zoals een lijfrente- af te sluiten. Of dat nodig is, hangt af van uw financiële en persoonlijke situatie.

Wij raden u aan bewust naar uw pensioensituatie te kijken. U kunt bij ons pensioenbureau, Dion Pensioen Services, een pensioengesprek aanvragen. Zij geven u inzicht in het pensioen dat u van pensioenfonds Owase krijgt. Voor een overzicht van uw totale netto pensioeninkomen kunt u met uw persoonlijke DigiD inloggen op www.mijnpensioenoverzicht.nl. U kunt ook een financieel adviseur inschakelen die u een totaaloverzicht geeft en u helpt bij het maken van keuzes.

Voor een algemeen inzicht in uw inkomen en uitgaven na uw pensioen kunt u kijken naar de pensioenschijf van vijf op de website van het Nibud (www.nibud.nl)

middelloon

Opbouwsysteem

Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. Omdat de AOW al in een deel van uw pensioen voorziet, bouwt u niet over uw hele brutoloon pensioen op. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet franchise.

Over uw brutoloon minus de franchise (de pensioengrondslag) bouwt u jaarlijks maximaal 1,700% aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u dit pensioenbedrag elke maand zolang u leeft. Dit heet een middelloonregeling.

Onze regeling wordt gefinancierd op basis van het zogenaamde CDC-systeem. Vrij vertaald betekent dit collectieve beschikbare premieregeling. Hierdoor is het opbouwpercentage van 1,700% geen vast gegeven. Als de premie die beschikbaar is voor uw pensioen niet voldoende is, kan het opbouwpercentage worden verlaagd. U bouwt dan gedurende een bepaalde periode minder pensioen op.

opbouw

Opbouwpercentage

Over het brutoloon minus de franchise bouwt u jaarlijks maximaal 1,700% aan ouderdomspensioen op.

Stel, u verdient € 25.600 per jaar. De franchise is € 15.600. U bouwt in dat jaar 1,700% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 10.000. Dat is € 170,00 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering jaarlijks ontvangt, is een optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie.

premieverdeling_beide

U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen

U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. De CAO-partijen spreken één keer in de drie jaar af welke premie u en uw werkgever moeten betalen. De premie is per 1 januari 2018 vastgesteld op 31,5% van de pensioengrondslag. U betaalt 7,5% van de pensioengrondslag en uw werkgever 24% van de pensioengrondslag.
 

In feite is de premie de prijs van uw pensioen. Als op een bepaald moment de daadwerkelijke prijs van uw pensioen hoger is dan de premie die de CAO-partijen hebben afgesproken, dan wordt de pensioenopbouw verlaagd en niet de premie verhoogd.

Als de premie die wordt ingelegd op een bepaald moment hoger is dan de prijs van uw pensioen, dan kan de premie die ‘over’ is, worden gebruikt om een eventuele verlaagde opbouw uit een eerder jaar te repareren. Als dit niet aan de orde is, wordt de premie gestort in een depot, zodat het bij een eventueel tekort op een later tijdstip gebruikt kan worden.

Uw werkgever betaalt elke maand de pensioenpremie aan ons. Uw deel van de pensioenpremie houdt uw werkgever maandelijks in op uw brutoloon. Het exacte bedrag staat op uw loonstrook. De premie die de werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook.

Welke keuzes heeft u zelf?

waardeoverdracht

Waardeoverdracht

Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Meer hierover leest u hier. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen bij ons staan en wordt het vanaf uw 67ste aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan ons en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

ruilen_ouderdoms_partner

Ouderdomspensioenruilen voor partnerpensioen

Als u met pensioen gaat of eerder uit dienst gaat dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. U kunt dit doen als er geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner is, wanneer u overlijdt. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen als u komt te overlijden.

Let op:dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om wel of niet te ruilen, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.Het ouderdomspensioen dat u heeft geruild voor een hoger partnerpensioen kunt u niet weer terugkrijgen.Meer informatie hieroveris te vinden in het pensioenreglement. Ook kunt u hiervoor contact opnemen met het pensioen bureau, Dion Pensioen Services B.V.

ruilen_partner_ouderdom

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

Naast ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Dit partnerpensioen kunt u ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft u partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als u wél een partner heeft moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze en op de hoogte zijn van de gevolgen hiervan. Door uitruil van partnerpensioen daalt bij uw overlijden namelijk het inkomen van uw (achterblijvende) partner. Afhankelijk van zijn/haar persoonlijke financiële situatie kan dit leiden tot financiële problemen. Om na te gaan welke keuze past bij uw persoonlijke situatie raden wij u aan een onafhankelijke pensioenadviseur te raadplegen.

Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement. Ook kunt u hiervoor contact opnemen met het pensioenbureau, Dion Pensioen Services B.V.

deeltijd_67

Later of eerder met pensioen gaan.

In plaats van met pensioen te gaan op uw 67ste kunt u ervoor kiezen om, in overleg met uw werkgever, langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat, maar uiterlijk tot de AOW-leeftijd die dan geldt. Als u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. U bouwt echter geen pensioen meer op als u doorwerkt. De voorwaarden voor het uitstellen van pensioen kunt u vinden in het pensioenreglement.

U kunt er ook voor kiezen om, in overleg met uw werkgever, uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw 67ste. Eerder met pensioen gaan heeft wel financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en uw pensioen moet langer worden uitgekeerd, hierdoor wordt uw pensioen lager. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde pensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.

deeltijdpensioen

Deeltijdpensioen

In plaats van ineens met pensioen te gaan op uw 67ste kunt u er ook voor kiezen om, in overleg met uw werkgever, een deel van uw pensioen eerder in te laten gaan. Dit kan vanaf 55 jaar. Dat betekent wel dat het deel van het ouderdomspensioen dat u eerder laat ingaan lager wordt. Deeltijd met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt gedeeltelijk en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Voor het deel dat u doorwerkt bouwt u nog wel pensioen op.

U kunt er ook voor kiezen om na uw 67ste gedeeltelijk langer door te werken. U kunt dan een deel van uw pensioen in laten gaan op uw 67ste. Het uitbetalen van het andere deel van uw ouderdomspensioen kan worden uitgesteld totdat u volledig met pensioen gaat. Voor het deel dat u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. 

De voorwaarden voor het uitstellen van pensioen kunt u vinden in het pensioenreglement.

hoog_laag_laag_hoog

Beginnen met een hoger of lager pensioen

U kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u hier eenmaal voor gekozen heeft kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

U kunt ook de keuze maken om eerst een paar jaar een lager ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een hoger ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment heeft u bij deze keuze een hoger ouderdomspensioen dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

Hoe zeker is uw pensioen?

uitkeringszekerheid_risico

Welke risico’s zijn er?

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenuitbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die van invloed zijn op uw pensioen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort.

Wij proberen voorbereid te zijn op de risico’s die een negatieve invloed hebben op uw pensioen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan de stijging waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Wij moeten dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld wij ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgen wij ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is onder meer van belang bij besluiten van het bestuur die gaan over de hoogte van het verlenen van indexatie. Ook is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke graadmeter voor de vraag of het pensioenfonds genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 100% dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan individuele waardeoverdrachten. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over de afgelopen twaalf maanden. Meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad vindt u hier.

welvaartsvast

Welvaartsvast pensioen voor werknemers

Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2017 iets minder kopen dan in 2016. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie streven wij ernaar het opgebouwde pensioen van werknemers jaarlijks te laten meegroeien (indexeren) met de in de CAO overeengekomen loonsverhoging. Wij noemen dit een welvaartsvast pensioen.

Wij verwachten echter dat we het pensioen van de werknemers niet volledig maar met 60%-80% van de loonsverhoging binnen de Owase-CAO kunnen laten meegroeien. Dit betekent dat uw pensioen elk jaar minder waard wordt. Ook kan het zo zijn dat wij bij financiële tegenvallers niets of maar heel weinig kunnen indexeren. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen als volgt verhoogd:

Indexatie Loonstijging OWASE-CAO
2017 0,9% 2,00%
2016 0% 1,75%
2015 0% 1,50%
2014 0% 0%
2013 0% 0%
2012 0% 0%
2011 0% 2,65%
2010  0,65% 0,65%
2009 1% 1%
2008 0% 0%
2007 4,85% 4,85%

De (cumulatieve) indexatieachterstand voor werknemers is per 1 januari 2018 7,19%. Wij proberen gemiste indexaties op een later moment, als de financiële situatie van het pensioenfonds dat weer toelaat, alsnog toe te kennen.


waardevast

Waardevast pensioen voor ex-werknemers en gepensioneerden

Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2017 iets minder kopen dan in 2016. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie streven wij ernaar het opbouwde pensioen van ex-werknemers en gepensioneerden jaarlijks te laten meegroeien (indexeren) met de algemene prijsstijging. Wij noemen dit een waardevast pensioen.

Wij verwachten echter dat we het pensioen van de ex-werknemers en gepensioneerden niet volledig maar met 60%-80% van de algemene prijsstijging kunnen laten meegroeien. Dit betekent dat uw pensioen elk jaar minder waard wordt. Ook kan het zo zijn dat wij bij financiële tegenvallers niets of maar heel weinig kunnen indexeren. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen als volgt verhoogd:

 

Indexatie CBS prijsindexatie*
2017 0,657% 1,47%
2016 0% -0,01%
2015 0% 0,39%
2014 0,34% 0,61%
2013 0% 0,44%
2012 0% 1,50%
2011 0%  2,09%
2010 0,65%  1,85%
2009 1% 0,63%
2008 0% 1,40%
2007 4,85% 1,86%

 *CPI index alle huishoudens, afgeleid, jaarlijks vastgesteld over de periode oktober tot oktober.

De (cumulatieve) indexatieachterstand voor oud-werknemers en gepensioneerden is per 1 januari 2018 4,88%. Wij proberen gemiste indexaties op een later moment, als de financiële situatie van het pensioenfonds dat weer toelaat, alsnog toe te kennen.

tekort

Als er een tekort is

Het kan gebeuren dat wij ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komen om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. Wij hebben de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen welke maatregel(en) nodig zijn om de financiële situatie weer te verbeteren. Denk hierbij aan:
  • Niet indexeren
  • De pensioenopbouw verlagen
  • Verlagen van bestaande pensioenen en pensioenuitkeringen aan gepensioneerden. Dit zullen wij alleen doen als het echt niet anders kan.
Pensioenfonds Owase heeft tot nu toe de pensioenen nog nooit verlaagd. Meer informatie over hoe wij er financieel voor staan, treft u hier aan.

Welke kosten maken wij?

kosten Pensioenfonds Owase maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en de incasso van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht en de pensioenkrant. Verder worden externe adviseurs ingeschakeld om het bestuur te ondersteunen bij het maken van de juiste beslissingen en ervoor te zorgen dat wij voldoen aan alle wet- en regelgeving.

Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties.

In het jaarverslag vindt u een specificatie van de kosten die wij maken.

Wanneer moet u in actie komen?

waardeoverdracht

Als u verandert van baan en pensioenuitvoerder

Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dit waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van onze financiële situatie en die van uwoude pensioenuitvoerder. Meer hierover leest u hier. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen bij ons staan en wordt het vanaf uw 67ste aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan ons en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

arbeidsongeschiktheidspensioen

Als u arbeidsongeschikt wordt

Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op gehele of gedeeltelijke voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Ook heeft u mogelijk recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen.

Deze premievrije pensioenopbouw en het arbeidsongeschiktheidspensioen zijn afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. Wijzigt uw arbeidsongeschiktheid? Dan ontvangt u hierover bericht van het UWV. U bent verplicht om deze informatie aan pensioenfonds Owase door te geven. Dit om te voorkomen dat uw pensioenopbouw en uw arbeidsongeschiktheidspensioen ten onrechte te hoog of te laag zijn. U kunt dit doen door ons een kopie van de brief van het UWV toe te sturen.

samenwonen_trouwen

Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat

Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed kijken of uw partner bij uw overlijden recht heeft op partnerpensioen. Vindt u dat het partnerpensioen niet goed genoeg geregeld is, zorg dan dat u zelf iets extra’s regelt. 

Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van dat contract moet naar ons worden opgestuurd.
scheiden

Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt

Uw ex-partner heeft recht op de helft van uw ouderdomspensioen dat u tijdens het huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap heeft opgebouwd. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar de pensioenuitvoerder op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van echtscheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap. Wij zullen het deel van het partnerpensioen waar uw ex-partner recht op heeft automatisch aan hem/haar toewijzen, hier hoeft u niets voor te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht, dan moet u ons wel informeren. Ook ongehuwd samenwonenden kunnen recht hebben op partnerpensioen. Welke voorwaarden hiervoor gelden kunt u hierboven vinden, bij het onderdeel Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat.

Meer informatie over pensioen en echtscheiding treft u hier aan. 
buitenland 

Als u verhuist naar het buitenland

De gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank, of kijk op www.svb.nl. Let op: ook als u binnen het buitenland verhuist, moet u ons daarover informeren.
werkloos

Als u werkloos wordt

U hoeft ons niet zelf te informeren over uw werkloosheid, dit doet uw werkgever.

   
mijnpensioenoverzicht

Als u wilt weten hoeveel pensioen u heeft opgebouwd

Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Als u meer wilt weten over de hoogte van uw pensioen bij pensioenfonds Owase kijk dan opde persoonlijke pensioenplanner op deze website of neem contact op met ons Pensioenbureau.       
     
keuze

Als u gebruik wilt maken van één van de keuzemogelijkheden

Kijk dan voor meer informatie bij het onderdeel ‘Welke keuzes heeft u zelf?’ van dit Pensioen 1-2-3 of neem contact op met ons pensioenbureau, Dion Pensioen Services, via de contactgegevens.